Curriculum Vitaedownload as pdf

Katharina Galland (D, 1980)
Lives and works in Amsterdam

2004 - 2006 Sandberg Institute Amsterdam, MFA
2000 - 2004 Aki Enschede, BA

Exhibitions

2013 N.A.T.U.R. Festival - Bochum (D)
2013 RE:Rotterdam
2013 Space drawings - KadE, Amersfoort
2011 10 Jaar Syb - PAKT Amsterdam
2010 Anonymous Drawings - Berlin
2010 I am a believer - Chassekerk, Amsterdam
2010 De Overslag, Eindhoven
2009 Lineair - Kulter, Amsterdam
2009 Solo - Instituto Buena Bista, Curacao (AN)
2009 Target Blank - de Overslag
2007 De Raffinaderij - Kunsthuis SYB, Beetsterzwaag
2007 Petersburg Project Space, Amsterdam
2007 One & the other painting, W139 Basement, Amsterdam
2006 Hotel Noailles, Brussel (B)
2006 Kunstvlaai 6 - Westergasfabriek, Amsterdam
2005 Nah & Gut - Artwalk, Amsterdam
2005 The Mystery of New Art - Amsterdam
2005 Underline - Consortium, Amsterdam
2005 Galerie Ungrund, Neuenkirchen (D)
2005 Exhibition & lecture - Edith Stein Hogeschool, Hengelo
2004 Graduation Exhibition - AKI, Enschede / Ateliers 93, Hengelo

Grants / Artist in residency

2009 Fonds BKVB, Instituto Buena Bista, Curacao (AN)
2009 De Overslag, Eindhoven
2007 Kunsthuis Syb, Beetsterzwaag
2006 Hotel Noailles, Brussel

Publications

2013 NRC 14-02, Sandra Smets
2013 Volkskrant 12-02, Sacha Bronwasser
2013 Kunst van de dag 29-03, Galleries.nl, Han van Wel
2013 Trendbeheer 18-01, Niels Post
2010 I am a Believer, Stichting Creatief Initiatief
2010 De Overslag 2008-2009, De Overslag
2009 "Cut and paste society", Nancy Hoffman, IBB
2009 Katharina Galland@IBB, Whatspace.nl
2007 "Ruwe Grondstoffen", Jantine Kremer, Kunsthuis SYB
2004 AKI 2004, Graduation catalogue

Work in stock

Private collections
Edith Stein Hogeschool, Hengelo
Instituto Buena Bista, Curacao (AN)

Other activities

2005 Block seminar - Instituto Buena Bista, Curacao (AN)
2000 Education program - De Overslag, Eindhoven
2000 Lecture - Edith Stein Hogeschool, Hengelo

‘Cut and Paste Society’download as pdf

Het eigenzinnige ‘tekenen’ van Katharina Galland.

Katharina Galland (Duitsland, 1980) heeft een fascinatie voor tekenen. Je ziet het met elk stukje papier, of welk ander materiaal ook, ze tussen haar vingers neemt. Jongstleden eind juni kwam ze naar Curaçao voor een residentieperiode van 3 maanden aan het Instituto Buena Bista. De in Nederland woonachtige Duitse jonge dame die een indrukwekkend en puur soort fijngevoeligheid aan de dag legt als je met haar praat, werd neergezet in een samenleving die beduidend anders functioneerde dan alles wat haar gewoon was. Het IBB sloot in die tijd twee maanden haar deuren voor het zomerreces maar dat stoorde Katharina niet. Ze flaneert op haar eigen tempo, waar ze ook is. Maar moest ditmaal opnieuw bevragen met wat en hoe…

Haar fascinatie voor het tekenen begint bij het tekenen zelf maar eindigt daar zeker niet. Dat is het begin van de reis die haar brengt langs de wegen van het bevragen van het zien, het geziene en hetgeen ze wil laten zien. Niet op maar mét papier kan je ook tekenen. Of met plastic. Met wat je maar wilt. Niet perse met een potlood of pen op papier. Lijnen kan je zetten in de ruimte, en het kan nog steeds onmiskenbaar tekenen zijn.

Katharina Galland werd getroffen door het landschap en door de mensen, min of meer parallel aan elkaar en ‘mittlerweile’ begonnen die dingen ook door elkaar te lopen, samen te smelten tot een explosie en een vlucht in een bijeen geplakte wereld die ons een reflectie laat zien van het dagelijks leven. Het leven op de rots der struikeling, zoals wijlen schrijver Boeli van Leeuwen dat zo treffend omschreef.

Allereerst is er een ander soort orde. Vergeleken met het keurig aangeharkte Hollandse landschap of de perfect gestructureerde Duitse maatschappij, heeft Curaçao zo zijn eigen logica. Ze zou nooit zeggen wanorde. En waarom ook? Want wanorde is ook orde. De onafwendbare gevolgen van de zon, de zee en de zoute lucht zijn terug te vinden in het efemere van alle materialiteit. Om het grofweg te zeggen: alles rot onder je kont vandaan, maar dat klinkt een stuk minder poëtisch. Hoewel…

Daarnaast, of liever gezegd daartussen, leven de mensen. Geconfronteerd met deze voortdurende destructie en alle andere tekortkoming die de geschiedenis met zich heeft meegebracht. Maar niets gaat snel, niets heeft vaart. Het is een soort voortwoekerend afbreken dat men vaak ook vergeet of probeert te vergeten. Totdat je er weer mee wordt geconfronteerd, zoals ik zelf kortgeleden nog de plastic handgreep van mijn autoportier afbrak. Geveld door de zon en het zout in de lucht…

"Alles is hier een soortement van ontploffing die gestold lijkt te zijn in de tijd", zegt Katharina mij, "daarom dacht ik eraan een papieren explosie te maken". Het past hier zegt ze me, omdat de tijd soms lijkt stil te staan maar tegelijkertijd in vliegende vaart lijkt door te denderen. ‘Life happens while you are busy making other plans’, zei John Lennon al eens in tijden van ‘liefde en vrede’.

Maar er is altijd een vluchtroute uit de beperkingen: creativiteit. "Ik werd getroffen door de inventiviteit in deze maatschappij" en ze laat me een plastic terrasstoeltje voor een kind zien. Ik moet denken aan de ‘cut and paste society’, waar een bevriende curator laatst over sprak, als exponent van ons denken in computerterminologie. Maar dit was een meer positieve benadering ervan. Één poot van het stoeltje was afgebroken en er was simpelweg een stuk hout aan vastgeschroefd. "Je verwacht van beeldend kunstenaars een dergelijke ingreep, maar velen zijn dat eigenlijk kwijtgeraakt. Zoveel kunstenaars houden zich meer en liever bezig met digitale media en technisch vernuft. Daar is niets op tegen, maar soms vraag ik me af of we dit soort kwaliteiten niet een beetje uit het oog verloren zijn."

Naast de bevroren explosie van papier moest er ook een inventieve vluchtmachine komen. Een gestroomlijnde speedboot gebouwd van alles waar de ‘mundi’ vol mee ligt en wat drijft op water. De zogenaamde ‘plasticbaai’, een monding aan de noordkust van Curaçao waar plastic uit de zee aanspoelt en je een vaag indruk kunt krijgen hoe het ‘plastic continent’ in de stille oceaan eruit moet zien, gaf haar voldoende materiaal om een flinke speedboot te water te kunnen laten. Voor de deur van het IBB, aan de De Ruijterkade 58 op Curaçao, waarin de nieuwe lichting studenten meewerkten aan het verbeelden van Katharina's idee van een explosie van papier, ligt de vluchtroute straks voorhanden. De uitweg, eveneens gestold, in honderden stukken verweerd plastic en kilo's lijm en kit. Als we nu toch eens al het plastic op en rond Curaçao aan elkaar zouden plakken, collages en tekeningen makend in de ruimte, zouden we baaien en stukken landschap kunnen ontdoen van haar last en onszelf verrijken met nieuwe inzichten. Maar we hebben het oog van een kunstenaar als Katharina Galland nodig om ons te tonen wat er nog niet zichtbaar was. En het IBB is weer een ‘buena bista’ rijker…

Curaçao / Den Haag, 6 september 2009

Nancy Hoffmann
Directeur IBB

‘Ruwe grondstoffen’download as pdf

Wat moet het heerlijk zijn om, voor meer dan een maand, alle dagelijkse dingen achter je te mogen laten, om je alleen maar op één ding te concentreren. Praktisch vrijwel onmogelijk natuurlijk, maar met een logeerpartij in hartje Friesland bij Kunsthuis Syb, voorzien van een vloerverwarmde werkplaats beneden en een slaapplek en een keuken boven, lijkt de wereld opeens heel overzichtelijk. Prix de Rome-genomineerde Maartje Korstanje nodigde collega-kunstenaars Bianca Runge en Katharina Galland uit om samen met haar gebruik te maken van deze periode. Korstanjes beelden van experimenteel toegepaste afvalmaterialen zien zich daarom op de laatste dag voor de feestelijke afsluiting van ‘De Raffinaderij’ omringt door Runges kleurrijke, gelaagde viscollages en Gallands ruimtelijke tekeningen.

Dat het allemaal toch niet zo eenvoudig is, laat vooral het werk van Katharina Galland zien. Ze lijkt daarmee de strijd aan te zijn gegaan met de zeer aanwezige en weerbarstige ruimte van Kunsthuis Syb. Haar lijntekening van een straaljager beslaat de hele linkermuur van de smalle gang tussen de voordeur en het lichte achterhuis. In de eerste instantie lijkt het bijna alsof het geborduurd is op de grove, met gaten bezaaide muur. Als je beter kijkt, zie je dat het zwart ijzerdraad is in verschillende diktes gecombineerd. Het formaat en de dynamiek van de tekening veroorzaakt naast fascinatie tegelijkertijd een bepaalde irritatie, vanwege de beperkingen van de ruimte die je beletten voldoende afstand te nemen. Betekenisvol gezien Gallands persoonlijke frustratie met deze ruimte is haar eveneens enorme tapetekening van een hijskraan op de glazen achterpui. Hoewel de sloopkogel ontbreekt, lijkt de hijskraan door Galland als een stille waarschuwing te zijn geplaatst. Links onderin het grote raam zit al een grote barst, wat de dreiging van de hijskraan, hoewel van tape, iets meer dan illusie maakt. Maar ook met de kleine, uit karton geknipte satellieten weet Galland het eigenzinnige huis heel sterk te in te lijven. Ze vallen in de eerste instantie nauwelijks op, maar als je ze eenmaal ziet, veranderen ze de onafgewerkte ondergrond van half afgebrokkelde lagen stucwerk in een kijkje op de aarde vanuit een eindeloos universum.

Net als Galland heeft ook Maartje Korstanje met haar werk steeds meer bezit genomen van de verschillende ruimtes. Het hart van het huis wordt in beslag genomen door een grote, monochrome sculptuur van karton. Dit takachtige dier, of dierlijke tak, maakt een weerloze indruk; opgetakeld in de schijnbaar iets te kleine ruimte zijn de tentakels noodgedwongen onhandig gevouwen. De organische kwaliteit van het werk, maakt de suggestie van levendigheid groot, waardoor Korstanjes sculpturen zich elk moment lijken te kunnen roeren. Het naargeestige takachtige dier, meer dood dan levend, vormt een contrast met de kleinere werken in het achterhuis. Hierin spelen niet karton, maar kleurrijk PVC-doek en aaibare (kunst)stoffen een opvallende rol. Vooral het manshoge werk, met een onderstel van hout, bedekt in PU-schuim, gecombineerd met een uitgewaaierde kraag om een volume van diepblauw kunststof, is opvallend lichtvoetig en sprookjesachtig. Het open, netachtige element dat links van de blauwe kop ontspruit, draagt een aantal glanzende, gekleurde tolvormige ballen. De combinatie van glans, vorm en het verloop in de kleur (de bolste delen zijn wat lichter) maakt dat de vormen een keramische, glasachtige kwaliteit hebben. Het is fascinerend hoe Korstanje afvalmateriaal en tweedehands spullen zo weet te transformeren dat het oorspronkelijke voorwerp nagenoeg onherkenbaar is verwerkt, maar bovendien, en dat is belangrijker, het tot leven weet te wekken.

De overwegend tweedimensionale werken van Bianca Runge nemen in het geheel een bescheiden plek in. Terwijl het meer ruimtelijke en bovendien grotere werk van Galland en Korstanje Kunsthuis Syb vult, bevindt de concentratie van Runges werk zich op de plek waar ze vier weken geleden ook begon; in de rechterhoek bij de grote, glazen achterpui. Als materiaal voor de gelaagde collages gebruikte Runge dit keer haar, een tijd geleden aangeschafte, dierenencyclopedieën. De serie voorstudies op A3-formaat laat zien dat haar focus op pin-ups verschoven is naar de onderwaterwereld. Ze snijdt het lijf van de vissen weg om de ontstane opening als venster te laten fungeren op een andere wereld. Deze fragmentarische wereld heeft eigen kleuren, vormen, structuren en diepte die op bepaalde plekken weer samenvloeien met de weelderige vinnen en de donkere zee waaruit de vis is gelicht. De uitvergrotingen in irisprint die het uiteindelijke werk vormen, versterken, mede door de nog steeds zichtbare knipranden en het feit dat ook het raster van de kleuren een rol gaat spelen, de verwarring die de verschillende lagen genereren. Door het ontbreken van de overzichtelijkheid die de schetsen nog bieden, weet Runge in de irisprints nog beter de kijker met haar geraffineerde spel van herkenbare vormen en patronen de gelaagde beelden binnen te lokken.

De naam De Raffinaderij is goed gekozen. Er zijn ruwe grondstoffen binnengebracht die zijn getransformeerd tot iets waardevols. Natuurlijk zal dit op veel kunstenaarspraktijken van toepassing zijn, maar het experimenteren met waardeloos en alledaags materiaal behoort bij alle drie tot een belangrijk aspect van hun kunstenaarsschap. In hoeverre ze zich verder onderling hebben laten inspireren tijdens deze periode, is nu nog moeilijk te zeggen. Runge en Korstanje vonden elkaar al in de dierlijke, organische elementen, maar vooral ook in de manier waarop ze beide beeld of materiaal met een heel eigen leven en functie, transformeren naar een volkomen nieuwe werkelijkheid die de oorspronkelijke materialen doen oplossen in het geheel. Ze lossen echter net niet helemaal op, waardoor de toeschouwer juist op die kleine stukjes wordt geprikkeld mee te gaan in een onbekende wereld. Katharina Galland lijkt met haar fascinatie voor de schoonheid van techniek een vreemde eend in de bijt, maar grappig is dat zowel Korstanje als Galland een spin-achtige sculptuur hebben gerealiseerd, waarvan beider chronologische ontstaansprocessen zich niet meer helemaal lieten achterhalen. Daarnaast zijn in de driedimensionaliteit van Gallands tekeningen en het laten meespelen van de achtergrond overeenkomsten met de gelaagde werken van Runge te vinden.

Maar echt belangrijk is dat eigenlijk niet. Juist de contrasten in werkwijzen en onderwerpen, legt de identiteit van de individuele kunstenaars bloot. En die zijn alledrie fascinerend. Nu maar hopen dat iemand Katharina Galland snel met enorme muur aanbiedt, zodat de kluwen ijzerdraad die schijnbaar ongetransformeerd Kunsthuis Syb weer heeft moeten verlaten, opnieuw een dynamische straaljager kan worden

Jantine Kremer, 2007